Geen wijze in het oosten tijdens deze kerstnacht...
Hoewel de echte kou pas laat in het jaar was gekomen, had het nu stevig doorgezet en was zelfs de Elfstedentochtkoorts weer in alle hevigheid toegenomen. Rayonhoofden zouden volgens het journaal elke dag bij elkaar zitten om Erwin Krol, Piet Paulesma, Helga van Leur en zelfs opa Beelen in de gaten te houden. Een Elfstedentocht nog voor de kerst zou echt een unicum zijn, maar het had er alle schijn van. ’s Nachts tot -15 graden en overdag rond de -8 graden met zo’n mooi waterig zonnetje dat achter glas de illusie wekt dat het allemaal wel meevalt met die kou. En dat al voor twee weken. Als je niet beter wist zou je mensen die het over ‘global warming’ hadden voor gek verklaard hebben. De ijsbanen beleefde gouden tijden en nostalgisch ogende foto’s prijkten dagelijks op de voorpagina van de kranten. Je zou met dit weer maar buiten moeten spelen met je band....
En dat was nu precies wat de jongens van Fat Monkey dit jaar hadden afgesproken met de eigenaar van café ‘De Kleinhaar’ te Kloosterhaar. Het had de uitbater wel een goed idee geleken om op kerstavond een band te laten spelen op het plein voor zijn kroeg. Niemand had verwacht dat het weer zou proberen daar een stokje voor te steken. Niet dat het zou lukken, maar het werd er niet aangenamer op. Voor de zekerheid had Remco twee dagen van te voren nog gebeld of het nog wel door zou gaan nu de verwachting was dat het kwik de bewuste avond zou dalen tot 17 graden onder nul met uitschieters naar -20 graden verder landinwaarts. Kloosterhaar ligt tegen de Duitse grens, dat is behoorlijk landinwaarts en wat de mannen van Fat Monkey betrof was de drie dubbele gage van deze avond met liefde aan ze voorbij gegaan. Theo, de uitbater, dacht daar echter anders over. Hij had Remco verteld over de tent die hij had gehuurd met de bijbehorende warmtekanonnen en dat hij de lokale supermarkt alle erwtensoep afhandig had gemaakt. Ook de glühwein was in de wijde omgeving uitverkocht en zou terug te vinden zijn op ‘zijn’ pleintje, zoals hij dat zo mooi met een Twents accent kon zeggen. Er was geen weg terug meer, gespeeld zou er worden.
Marc had het zelfde busje als vorig jaar weten te huren met dat verschil dat alle schade feilloos was weggewerkt. Volgens de eigenaar was de deuk nog lastig geweest om weg te werken, maar hij was er trots op dat het hem toch was gelukt om het er zonder al te veel kosten weer als nieuw uit te laten zien. Toch hoopte hij dat ze dit jaar het opvallend rode busje zonder schade terug zouden brengen.
Remco was de laatste die instapte en had een route uitgeprint nadat hij er zeker van was dat dit de goede plaats zou zijn; zo’n fout als vorig jaar zou ze niet nog eens overkomen. Rob had dezelfde cd vol klassieke kersthits weer onder het stof vandaan gehaald en in koor schalde het door het busje: “heeal dee wuhurld, let them now it’s chrismas tihime...”. Onbewust waren ze elkaar aan het oppeppen om de aanstaande lange, koude nacht door te gaan komen. Ze passeerden een passend versierde strooiwagen die met zijn oranje zwaailichten en in innige samenwerking met de traag vallende sneeuwvlokken, een soort van grote discobal realiseerde. Het was vroeg donker geworden en het merendeel van de bevolking had het advies om niet de weg op te gaan van harte genomen. Als de mensen uit Kloosterhaar daar dan maar lak aan zouden hebben. Het zou toch jammer zijn als ze daar voor anderhalve bevroren paardenkop zouden staan te spelen.
Het had Ernst een goed idee geleken om een fles Jägermeister mee te nemen voor onderweg en hij haalde de fles met een groot gebaar uit zijn tas. De ogen van de andere jongens begonnen te fonkelen bij de aanblik van deze verwarmende drank. Er waren niet echt veel hobbels in de weg en dus ging de fles rond en slobberde iedereen gulzig een paar dopjes naar binnen. Slade was aan de beurt op de cd.
Voorzichtig draaide Rob om stipt kwart voor zes de bus het pleintje aan de Dorpsstraat op. Het stond hem nog in het geheugen gegriefd dat het ondanks de vele strooiwagens op de weg nog verraderlijk glad kon zijn en dit jaar wilden ze eens geld overhouden aan het eind van de rit. Een grote witte tent stond op het midden van het plein en werd aan de buitenkant verlicht door gezellig knipperende lichtslangen. Zonder te glijden bracht hij de bus tot stilstand naast de tent. Een voor een stapten ze voorzichtig uit en liepen om de tent heen opzoek naar een opening. Een smalle kier in het zeil gaf aan waar vanavond de mensen naar binnen konden. Marc maakte de opening wat groter en liep naar binnen op de voet gevolgd door de anderen. Theo was net bezig de laatste versieringen aan te brengen en keek vrolijk op toen hij de jongens zag. “Ik was even bang dat jullie zouden afhaken vanwege de kou. Maar hier binnen is het lekker warm, toch?” Vergeleken met buiten was het inderdaad wat warmer, maar of het echt al boven nul was was niet met zekerheid te zeggen. Theo zag de bedenkende gezichten en probeerde het op een andere manier: “Als vanavond hier de verlichting wappert en het staat vol mensen spelen jullie je vast nog in het zweet”.
Tegen de achterwand stond een verhoging van oude houten pallets die zo’n veertig centimeter hoog was en meer dan groot genoeg leek te zijn voor de complete band. Theo had lampen gehuurd die in twee trussen boven de geïmproviseerde bühne hingen. Een aan de voorkant en een aan de achterkant. De eigenaar was wat doorgeslagen in het kerstrood waardoor het geheel een hoerentent-achtige uitstraling had, maar buiten dat zag het er sjiek uit. Op twee kisten aan de zijkant stonden zelfs lampen die konden bewegen en alle kleuren van de regenboog konden aannemen. Terwijl Remco naar stroompunten zocht gingen Marc, Ernst en Rob weer naar buiten om te beginnen aan het uitladen van de bus. De kisten rolden slecht op de kinderkopjes van het plein, maar het was gelukkig niet te ver rijden met alle spullen. Zodra Ernst zijn drumstel binnen was begon hij het op te bouwen en na een kwartier klonken ook de eerste noten uit Remco zijn gitaar. Theo had gezorgd voor alle microfoons, de boxen en een mengtafel en zou het ook gaan bedienen, dus daar zouden ze geen omkijken naar hebben.
Vanuit een hoek werd enthousiast geroepen: “De erwtensoep staat klaar jongens”. Een meisje van halverwege de twintig met zwart gekruld haar en een dikke winterjas aan keek lachend onze kant op. Ondanks de winterjas, sjaal en wanten had ze glimmende rode wangen van de kou. De jongens stelde zich netjes voor en Fleur, zoals het meisje heette, zette de dampende borden soep voor ze neer op een Teakhouten, enigszins verweerde tafel en wenste de heren een smakelijk eten om vervolgens via de zijkant van de tent het eigenlijke café in te gaan. Even later keerde ze terug met een rieten mand vol bruin brood en een schaal met dikke plakken katenspek. Theo schoof aan met een volle fles Jägermeister en vijf borrelglaasjes. Zwijgend werd er gegeten en ondanks de warmte van de erwtensoep en de ijskoude Jägermeister liep er met regelmaat een koude rilling over de ruggen van de jongens. Goed plan dat spelen op kerstavond, wie verzint er zo iets?
Boven het café bevond zich het woonhuis van Theo en voor de gelegenheid was de woonkamer omgedoopt tot kleedkamer van de band. Het was hier aangenaam warm en nu alles opgebouwd stond en was gesoundchecked was het wachten aangebroken. Tot nu toe was alles nog goed verlopen en onderuitgezakt op de zwartleren banken keken ze naar de DVD van de ‘Muppets Christmas Carol’. De vrouw van Theo had koffie gezet en op een nauwkeurig bewerkt zilveren schaaltje uit de erfenis lagen kerstkransjes. Rob stond met enige regelmaat op om voor het raam te gaan staan en verslag uit te brengen van de activiteiten beneden. Het begon volgens hem al goed druk te worden. Remco liep naar de privé bar van Theo en pakte een fles Appleton Estate, Jamaica Rum, van de plank en schonk vier borrelglazen vol. Er werd geproost op een goede avond en het dure goedje werd in een keer achterovergeslagen om vervolgens de glazen weer vol te laten schenken door Remco. Van buiten drong het geluid van gezelligheid steeds luider de kamer binnen en de zin om te spelen nam met de seconde toe.
Even later kwam Renee de kleedkamer binnen lopen: “de tent puilt uit van de mensen en ze roepen al om jullie. Ik ga gelijk weer terug want Fleur en Anouk hebben het nu écht heel druk”. Met een twinkeling in haar reebruine ogen keek ze nog even om voordat ze de deur achter zich dicht trok. Nog even snel naar de wc en dan zouden de jongens gaan knallen.
Renee had niet overdreven en ook Theo had gelijk gehad dat het ’s avonds in de tent wel warmer zou worden. Strak in het driedelig pak traden de mannen aan en onder luid gejuich kwamen ze de bühne opgelopen. Speciaal voor deze avond hadden ze ook wat kerstnummers op het repertoire gezet en de opening met ‘Santa Claus is coming to town’ van Bruce Springsteen bleek een gouden zet. Luidkeels werd er meegezongen en de sfeer, die al bijzonder goed was, werd naar een nieuw hoogtepunt gebracht. De meiden achter de bar hadden hun winterjassen omgeruild voor een Kerstmannenjurkje en op hun hoofden prijkten de welbekende roodwitte muts die de beste man zelf ook altijd draagt. Gelukkig hadden ze de baard weggelaten wat het kijkplezier zeker ten goede kwam. Theo had gelukkig wel de baard opgeplakt en ook dit was een absolute verbetering van de entourage.
Het werd donker, even was het stil. Toen riep er iemand uit het publiek voor nog een liedje en aanstekers en telefoons werden opgelicht om een beetje zicht te hebben. Theo snelde zich het café in en kwam enkele minuten later terug in de inmiddels roemoerige tent. In twee grote stappen stond hij naast Rob en fluisterde hem wat toe. Rob’s ogen werden groot van ongeloof, hij draaide zich om en liep naar een kier in de tent. Buiten was het ook donker. Vanuit het publiek hoorde ze steeds meer mensen zeggen dat hun mobiele telefoon geen bereik had. Rob kwam de bühne weer op en probeerde aandacht van het publiek te krijgen. Met een microfoon in zijn hand had hij daar nooit zo’n moeite mee, maar zonder microfoon duurde het toch even voordat hij verstaanbaar voor iedereen kon mededelen dat de stroom in het gehele dorp er blijkbaar uitlag. Nog voor hij helemaal uitgesproken was kwam een luid ‘boe’ geroep zijn kant op. Nu de tap niet meer werkte werd het nog onrustiger in het publiek. Henk stond aan de zijkant van de bühne met zijn hand peinzend door zijn witte opplakbaard te strijken. Bijna wanhopig keek hij het aanwezige publiek in. Als er niet snel iets zou gebeuren kon het hier flink uit de klauwen escaleren en dat was niet zijn gedachte bij een goede gratis reclame op de voorpagina van de krant. Het duurde nu al bijna tien minuten en er begonnen al mensen de tent te verlaten om zich richting huis te begeven. Als dit het einde van deze avond zou betekenen zou hij er financieel misschien wel bij inschieten, maar als hij ze koste wat koste zou proberen binnen te houden en de pleuris zou uitbreken was hij verder van huis. Na nog eens vijf minuten wachten besloot hij de knoop door te hakken. “Mensen, het spijt mij verschrikkelijk, maar ik ben bang dat dit nog wel even gaat duren. Ik denk dat het het beste is als iedereen naar huis gaat. Hier is het feest helaas ten einde gekomen.”
Er werd niet eens echt op gereageerd. Zachtjes aan begon de massa zich te bewegen richting de uitgang van de tent en tien minuten later waren Theo, de barmeisjes en de jongens van Fat Monkey nog alleen over in een tent die nu spaarzaam belicht werd door wat waxinelichtjes die Anouk op wat statafels had gepland. Theo was al begonnen met zijn excuses aan de band aan te bieden en liep, nog steeds met een hand zijn opplakbaard strelend, als een psychisch gestoorde wolf heen en weer te ijsberen. Ernst was ondertussen begonnen om zijn drumkit af te breken en Marc en Remco waren al bijna ingepakt. De sfeer van nog geen half uur geleden was in een klap half stok komen te hangen en de twinkeling die eerder nog te zien was geweest in Renee haar ogen, was zelfs bij het schijnsel van de waxinelichtjes gedoofd. Dit was niet zoals het bedacht was.
“Ik zie geen fuck met al die klote sneeuw,” bromde Rob terwijl hij in slow motion zich een weg zocht op de gladde wegen die volgens hem naar de snelweg moesten leiden. “Volgens mij moeten we hier rechts, dit is toch die splitsing waar we op de heenweg stopten omdat Remco moest pissen?” opperde Marc twijfelachtig. Rob bromde iets onverstaanbaars en gooide zijn stuur om. Het volgende moment dook de auto omlaag en kwam met een schok tot stilstand. Verbaasd keken de jongens elkaar aan en Rob probeerde heldhaftig om achteruit te rijden. Remco, Marc en Ernst stapten uit om te kijken hoe dit kon gebeuren en trokken al snel de conclusie dat het om een gevalletje ‘bejaarden en een TomTom’ zou kunnen zijn gegaan, aangezien vijftien meter verder er inderdaad een weg naar rechts was. Nu stond het busje echter prachtig geparkeerd met de voorwielen in een greppel en onder een hoek van zeker dertig graden. Terwijl Rob gas gaf probeerden Marc, Ernst en Remco uit alle macht de bus terug op de weg te duwen, tevergeefs. Ook na het uitladen van de backline lukte het niet om de bus in beweging te krijgen en de moet zonk in de spreekwoordelijke schoenen. Het was inmiddels twee uur geweest en enig teken van leven, in welke vorm dan ook, bleek in deze omgeving een ware utopie te wezen. Marc pakte zijn mobiele telefoon er nog eens bij, maar zag al snel dat het netwerk of niet in deze uithoek van het land bestond, dan wel dat het er nog steeds uit lag. Er zat weinig anders op dan te accepteren dat ook dit jaar weer de kerstnacht niet in eigen bed zou worden doorgebracht.
Marc werd wakker door de kou die via zijn benen omhoog trok en het duurde even voor hij zich realiseerde waar hij was. De ruiten in de bus waren beslagen en Ernst hing met zijn hoofd kwijlend op Marc zijn schouder in een ogenschijnlijke diepe slaap. Remco had zijn mond open en maakte met enige regelmaat een diep gorgelend geluid waar hij volgens Marc absoluut een Oscarnominatie aan over zou kunnen houden terwijl Rob in een geïmproviseerde foetushouding achter het stuur zat met een verkrampte grimas op zijn gezicht. Marc veegde met zijn mouw een stukje raam schoon en keek naar het ochtendgloren dat er alle moeite mee scheen te hebben zijn intrede te doen. Hoewel het eerste kerstdag was nam de kans op verlossing met de minuut toe. Er was wel weer verse sneeuw gevallen en de kans dat een gewone personenauto hun busje hier uit zou kunnen trekken achtte hij vrij klein. Voorzichtig maakte hij zich los van Ernst en deed zo zacht als mogelijk de deur open. Ernst keek even verdwaasd op, maar deed toen snel zijn ogen weer dicht. Buiten was het gemeen koud en belette de mist om verder te kijken dan zijn neus lang was. Ondanks dat besloot Marc om een stukje te gaan lopen in de hoop iets of iemand tegen te komen die hen zou kunnen helpen uit deze benarde situatie. Hij had nog geen vijf minuten gelopen of hij kwam een boerderij tegen waar op dat moment een boer zijn laarzen voor de deur aantrok. Zonder enige twijfel stapte Marc op hem af en legde het hele verhaal kort en duidelijk uit. De glimlach die de boer op zijn gezicht had aan het begin van zijn verhaal veranderde in hoog tempo in een blik vol medelijden. Hij had te doen met dat stel kneuzen die de gehele kerstnacht in de kou tegen elkaar hangend hadden moeten doorbrengen en wist zeker dat zijn trekker het busje van deze onfortuinlijke gasten er wel uit zou kunnen krijgen.
De uitleg thuis was kort en bondig geweest. De schade aan de bus viel dit keer mee, wat op zich al in goede aarde viel bij de vrouwendelegatie. De vriendinnen hadden elkaar ’s nachts opgebeld uit oprechte bezorgdheid en hadden bedacht dat hun uitvalbasis bij Marc thuis zou zijn. Na dat er een warm bad was genuttigd door de verkleumde heren schoven ze vermoeid en bijna familiair aan tafel. De glimlachen kwamen langzaam weer te voorschijn bij een ieder. Voor het tweede jaar was het niet zo gegaan als zou moeten. Voor het tweede jaar was het verhaal te lomp om waar te zijn. Voor het tweede jaar hadden de meiden bij lokale overheden gecheckt of dit verhaal wel klopte. En voor het tweede jaar achter elkaar waren ze er allemaal van overtuigd dat je hier óóit om zou kunnen lachen op een verjaardag of begrafenis. En terwijl de flessen wijn niet aan te slepen waren beloofden de heren hun vriendinnen plechtig dat dit echt de laatste keer was dat ze met kerst iets stoms zouden doen. De dames keken elkaar aan en zwegen; zij wisten wel beter
Je vrienden van Fat Monkey hopen dat je er een mooi en rockend 2010 van maakt













mooi verhaal jongens. ik
mooi verhaal jongens. ik hoop jullie in het nieuwe jaar weer vaak te mogen meemaken. maak er een mooi jaar van.
kus, Eva
Komt goed!
Ha eva,
we hopen je ook weer snel te zien, alleen staan we tot juni nog niet geplanned in paddy's.... Maar wellicht dat er nog wat tussendoor komt!
x
fatMonkey