Schuddende billen of lange haren?

De avond begint met een telefoontje van Marc op het moment dat ik onder de douche sta (en dit x echt). Marieke gaat vanavond ook mee, wat zoveel betekent als dat ik zelf terug moet rijden. Dat is een domper. Ik begin een rondje te bellen, maar het blijkt dat veel mensen een speciale gave bezitten om op de dag dat de Dikke Aap moet spelen een telefoontje van Ernst totaal te kunnen negeren. Via Remco krijg ik te horen dat Rob ook alleen moet rijden en even later is mijn chauffeur voor de terugreis geboekt. Nu nog zien om op tijd te komen, want Rob zit nog te eten en moet nog al zijn backline ophalen. Even lijkt het er zelfs op dat ook Marc niet meer op mijn telefonische oproepen wil reageren, maar gelukkig is Marieke zo aardig om uiteindelijk op te nemen en mijn reden van het aanstaande te laat komen geduldig en begripvol aan te horen.
     Als ik onderweg ben naar de carpool waar ik met Rob heb afgesproken belt Marc. De spullen passen wel allemaal in zijn auto, dus hoef ik niet meer langs zijn woning te rijden. Snel Rob weer bellen en zeggen dat hij naar mijn huis moet rijden en niet naar de carpool en een klein half uur later rijden we dan toch echt richting Rotterdam.
     Voor Rob was het allicht een hele beleving om een snelle route te hebben en ruim op tijd te zijn, voor mij was het als vanouds. Als eerste gearriveerd, uitgeladen en opgebouwd. Marc en Marieke verschijnen ook mooi op tijd en dan is het wachten dus op Remco. En dus wachten we. En we wachten nog even. Frans van K. is inmiddels ook aangeschoven, ruim op tijd. Telefoon; Remco is verdwaalt in de grote stad door allerlei wegafsluitingen vanwege het zomercarnaval. Uiteindelijk lukt het Marc om via Rob z’n navigatie op diens I-Phone Remco voor het café uit te laten komen. We hebben nog tien minuten voor we moeten beginnen met spelen...
     De niet zo relaxte manier van alles niet te kunnen fine-tunen in combinatie met -althans voor mij-  bijna twee maanden niet gespeeld te hebben zorgt er mede voor dat de eerste set niet echt soepel en vlekkeloos verloopt. Het merendeel van het publiek schijnt er geen moeite mee te hebben. Als we bijna aan het einde zijn gekomen van de eerste set zie ik een bekend gezicht om de hoek komen: Patricia, de huismeesteres van de Schiecentrale. Ze had beloofd om vanavond langs te komen, maar dat was al even geleden.
     Na de tweede set sta ik buiten even frisse lucht te scheppen en komen zowaar een aantal Ampco collega’s, in de personen Richard P., Ronald K. en Remco V.  en Jeanine, een oud collega, aangelopen. Niet echt een verrassing want ’s middags tijdens de bouw van het zomercarnaval hadden ze al gezegd dat ze na een show van veel herrie nog best wel even naar een echt bandje wilde komen kijken. De schuddende billen op het zomercarnaval zijn best leuk, maar er gaat natuurlijk niets boven langharige, rockende lelijke mannen. De druk om te presteren is zojuist toegenomen.
     De derde set lijken we ons professioneel niveau zoals we gewend zijn weer enigszins te naderen. Hoewel het aan de hoeveelheid publiek in de kroeg duidelijk is af te meten dat er wat mensen op vakantie zijn, is de reactie van diegene die er wel zijn weer zoals we dat graag zien; een dansende, meezingende en fluitende massa die zich bijzonder goed blijkt te vermaken.
     Als we klaar zijn is het weer wachten op ‘My Way’. Tijd om even een biertje te drinken en de indrukken van mijn collega’s te peilen. Misschien had ik dat niet moeten doen want ik ken die gasten een beetje. Gelukkig weet Patricia mij te vertellen dat ze niet verwacht had zo’n goede band te zien vanavond. En dat soort veren kriebelen best lekker na een avond spelen waar we zelf niet helemaal tevreden over zijn.
     Na nog een paar biertjes en een hoop slap geouwe hoer, is het volgends Rob de hoogste tijd om alles weer in te laden en afscheidt te nemen van al onze nieuwe vrienden en het vertrouwde barpersoneel. We rijden nog even een stukje verkeerd, maar uiteindelijk weet Rob me toch weer veilig thuis af te zetten. Nog een biertje voor de schrik en onder luid protest van de vogels buiten besluit ik dan toch mijn bed maar eens te zoeken. Die heb ik gelukkig snel gevonden en als ik een paar uur later wordt wakker ge-sms’t en gebeld, denk ik even aan mijn collega’s die nu wel aan het ontbijt in het hotel zullen zitten en ben ik blij dat ik me nog een keer om kan draaien. Met een lach op mijn gezicht val ik weer in slaap. Wat kan het muzikantenleven toch mooi zijnCool