Zand in de bilnaad

Misschien kwam het wel door de vibe die Remco, Marc en ik nog in ons bloed hadden van LowLands, of het kwam omdat Rob zo lekker uitgerust was, misschien was de aanwezigheid van Ben Blue wel de reden of al het andere publiek dat ons enthousiast toejuichte, misschien was het simpelweg omdat we weer eens op zaterdag speelden. Wat de reden ook mag zijn geweest, we speelden weer eens ouderwets lekker, energiek en met beleving.
Als ik buiten even wat sta af te koelen kom ik in gesprek met twee meiden die hier in de buurt wonen. Ze zeggen hier wel vaker te komen, maar ons nog nooit te hebben zien gespeeld. Op zich best knap, want we spelen hier toch met enige regelmaat. Al snel gaat het gesprek niet meer alleen over de band, maar over passies. De mijne mogen duidelijk zijn lijkt me zo, dus daar zal ik jullie niet verder mee vervelen. Een van de dames verteld helemaal gek te zijn van kite-surfen. De wind, de sprongen in het strand. Nu vind ik het strand ook best wel grappig en ik kan me ook best wel voorstellen dat het een gave sport is, maar ik begin er niet aan. Niet op de laatste plaats vanwege mijn blessuregevoeligheid als het om sporten gaat, maar ook vanwege het zand.
Een strand kan echt heel mooi zijn, maar voor de gebruiksvriendelijkheid moet je er natuurlijk niet wezen.  Nog voor je een handdoek hebt neergelegd zit het zand in je ogen, in je mond, in je schoenen, in je bilnaad, tussen je zelfgemaakte broodje kaas, en om het mondstuk van je lauwe flesje bier. Als je met veel moeite een stukje t-shirt hebt gevonden dat nog niet is besmet met zand moet je vervolgens in een vloeiende beweging je bierflesje schoonmaken en deze opdrinken zonder het zand de mogelijkheid te geven om deze voor een tweede maal te bevuilen. En dan nog heb je met je laatste slok het idee dat je Jif aan het drinken bent, het schuurt de slokdarm in ieder geval weer even lekker schoon.
Het moment is aangebroken om een verfrissende duik te nemen. Daarvoor moet je eerst door een kudde mensen zien te komen zonder over iedereen heen te struikelen, om ver te worden gesjeesd door een wilde hond of in een valkuil van een Duitser te stappen en zonder te worden onthoofd door een vlieger of een frisbee. Eenmaal het verkwikkende water bereikt moet je maar net het geluk hebben dat de wind en de stroming goed staan zodat je niet tegen kwallen, babykeutels, maandverband en niet te vergeten: ‘die lekkere warme stroming’, aan hoeft te zwemmen. Het zoute water prikt zo lekker in je ogen en als je na een tijdje moe en voldaan uit het water stapt heb je dezelfde moeizame weg vol gevaar nog eens te bewandelen, maar nu met wazige rode ogen.
Nog voor je je handdoek hebt aangeraakt zit je van top tot teen weer onder het zand. Om je ogen wat rust te gunnen doe je een zonnebril op en voor heel even denk je dat je ogen nu echt heel snel achteruit zijn gegaan. Nee, het zand heeft van die mooie krassen op de glazen gemaakt en dus ben je blij dat je toch maar voor dat ding van een tientje hebt gekozen in plaats van die dure van dat merk dat je niet eens kan uitspreken.
Een ijsje? Ja, lekker. Maar niet op het strand. Je bent er net lekker mee bezig om om de zandkorrels heen te likken en dan blijkt dat het jochie van even verderop zijn voetbal skills nog wat dient bij te schaven. De bal stuitert net voor je in het zand zodat het je onmogelijk wordt gemaakt om nog óm de zandkorrels heen te likken en het volgende moment stuitert de bal verder en slaat het ijsje uit je hand, in je kruis. Dit is het teken dat je nu echt weer nodig naar huis moet. Je slaat je handdoek uit en probeert al het zand van je lijf af te vegen. Een rel met de buurman wordt in de kiem gesmoord door hem het laatste biertje dat inmiddels serieus warm is en toch al helemaal onder het zand zit te geven en je vervolgd je weg richting de auto. Je doet de deur open en daar heb je die loslopende hond  weer die blijkbaar ook genoeg heeft van al dat zand. Hij springt naar binnen en schudt zich even lekker uit om er vervolgens achter te komen dat dit helemaal de auto van de baas niet is. Het maakt niet echt uit, want als je je tas en jezelf de auto hebt ingesleept zit deze toch wel helemaal onder het zand van binnen.
Thuis gekomen snel onder een koele douche om al het zand van je af te spoelen. Je voelt je als herboren en het koude biertje bevat dit keer ook geen zand. De dag wordt dus toch nog mooi afgesloten.
De volgende ochtend ga je naar de wc om een bruine beer te bevrijden en wat denk je? Het schuurt alweer!!! O ja, iets met zand tussen je broodje kaas, in je bier en op je ijsje.  Nee, héél leuk dat strand.
Ondanks mijn toch wel overtuigende pleidooi, vonden de meisjes ons nog steeds een goed bandje en hebben ze belooft vaker te zullen komen kijken. Maar ik denk dat de kans dat we nog een keer in Hoek van Holland op het strand spelen wel wat is afgenomenWink.