Whooo whooohooohooo...
Het is twaalf uur als mijn wekker gaat en ik wakker word. Ik heb de ‘Nacht van Oranje’ in Lexmond dus overleeft. Na al mijn ochtendrituelen check ik of alles klaar staat wat ik mee moet nemen en dan vertrek ik naar Vianen. Ik heb met Marc om kwart over twee afgesproken op zijn school zodat we nog even wat veranderingen in de setlist voor vanavond kunnen doornemen. Rob en Remco komen om half drie om nog wat dingetjes te kunnen repeteren en de nodige koffie weg te spoelen. Het zonnetje probeert zich door de wolken heen te prikken terwijl op de achtergrond het gedonder van het karbiet schieten onze aantocht inluidt.
Rond half vijf vertrekken we richting Amaliastein. Bij de tent aangekomen laden we snel de auto’s uit en ga ik samen met Rob nog een keer naar huis om de rest op te halen. Een grotere bühne verdient een grotere backline en zodoende heeft Remco twee versterkers en Rob een wat grotere dan hij gewend is. Als we weer terug zijn in de tent hebben Marc en Remco de gitaren al opgesteld en kan ik vrij snel mijn drumkitje opbouwen. De soundcheck verloopt soepel genoeg en dan is het tijd om te eten.
Mirjam heeft samen met een neefje een ware merchandise stand gemaakt en het mag gezegd: onze t-shirts en blousejes hangen er mooi bij. Helaas is Remco de truien collectie vergeten, want op een wat kille avond als deze zouden we daar goed zaken mee kunnen doen. Misschien moeten we ook maar wat jassen in ons assortiment opnemen voor een volgende keer.
Er is besloten dat we al om half negen moeten beginnen en dat we in plaats van drie keer een uur, drie keer drie kwartier spelen met pauzes van twintig minuten. We zullen dus al rond half twaalf klaar zijn. We hadden verwacht dat we wat later zouden moeten beginnen en als de eerste noten uit Remco zijn gitaar de tent in worden gedreven, vinden ze nog maar verdacht weinig aanhoorders. Drie kwartier later horen we dat het maar goed is dat de tent nog niet vol was, want het geluid in de zaal blijkt erg slecht te zijn. De technicus belooft beterschap en daar gaan we dan maar vanuit.
Voor de tweede set heeft Remco voor de zekerheid toch maar zijn gitaarversterker een paar tandjes harder gezet. Ik begin spijt te krijgen van de grotere versterkers die we hebben meegenomen want nu hoor ik alleen nog maar gitaar. In de wetenschap dat mijn zaalgeluid is gereduceerd tot een beetje basdrum sla ik harder dan ik ooit gedaan heb. Maar de tent is nu wel vol en aan de reacties uit het publiek kunnen we voorzichtig opmaken dat het geluid daar nu een stuk beter is. Met dank aan Otto L.
Onze laatste set gaat zoals verwacht; het publiek gaat loos en ondanks dat mijn linker oor aanzienlijke schade aan het oplopen is vanwege Remco zijn gitaar die non-stop in mijn oor jankt, heb ik het best naar mijn zin. De vermoeidheid van het continu harde slaan op mijn drumkit zorgt voor wat slordigheidfoutjes, maar daar schijnt niemand zich aan te storen. In eens hoor ik geen bas meer. Niet dat ik dat eerst wel hoorde, maar het valt op dat er iets mist. Ik kijk naar Marc en zie dat hij zijn bas op de grond heeft gelegd en hij nu naar zijn versterker loopt. Alle energie op en voor de bühne heeft er toe geleidt dat zijn versterker top van zijn boxen is afgestuiterd. In een soepele beweging grijpt hij achter zijn boxen, vindt de top en slingert deze weer boven op de boxen. Twee seconde later doet hij weer mee.
Als we onze toegift hebben gespeeld hebben we eigenlijk geen toegift meer. Maar dat willen ze wel. Marc zet ‘Bro Hymn’ van Pennywise in, de rest van de Dikke Apen valt in en voor we het weten horen we een hele tent het welbekende Whoooo, whooohooohoooo, whoohoohoohoohoo mee zingen. Rob springt weer op de hekken en daagt het publiek uit om nog een tandje harder te zingen, Remco gooit zijn haar los en Marc en ik spelen of ons leven er vanaf hangt. Vijf minuten later zijn wij er klaar mee, maar het publiek blijft Whoooo, whooohooohoooo, whoohoohoohoohoo zingen, zelfs als ze een paar uur later de tent uitgeveegd worden. En ondanks dat het een beetje pronken met andermans veren mag heten, zal je ons dan dus niet horen klagen







