Autobiografie

Het is zondagmiddag en ik zit een beetje beduusd op de bank. Ik moet nodig weer eens een blok schrijven volgens anderen, maar waarover? Natuurlijk hebben we gister weer gespeeld in Rotterdam en eerlijkheid gebied mij te zeggen dat het eigenlijk een hele goede avond was met bijzonder enthousiast publiek. Tja, daar heb ik al wel vaker over geschreven. En ook een vrijgezellen dan wel afscheidsfeestje opleuken is bijna standaard aan het worden. Wat helaas ook standaard lijkt te worden sinds dit jaar zijn de problemen met het vervoer, mijn vervoer.
 
     Aan het begin van dit jaar had ik een Seat Inca. Zeker niet rock-n-roll, maar wel handig voor het transport van mijn drumkit, Marc zijn basshit en Marc en ik zelf. Uit praktisch oogpunt een goede aanschaf dus. Jammerlijk genoeg viel deze op weg naar de APK spontaan uit elkaar en diende ik met spoed een vervanger te zoeken. Het werd een Chevrolet Impala lijkenbak uit ’76 met een 6,7 liter V8. Dit valt zeer zeker in de categorie rock-n-roll, maar ondanks de rollen die er nog inzaten om de kist er soepel in en uit te krijgen, bleek deze qua praktisch laden van al onze meuk wat te wensen over te laten. Het rijdt wel te gek, is een automaat, heeft een bank voorin en een fantastisch geluid. De accu bleek echter ook niet optimaal meer wat er in resulteerde dat we de eerste keer dat we hier in naar Paddy’s gingen de nodige startkabelbehandelingen nodig hadden op zowel de heen- als terugweg. De bank voorin bleek ook al snel handige noodzaak  aangezien ik van de een op andere dag het bijrijders portier niet meer open kreeg. Het zijn van die kleine dingen, maar het begint je wel te ergeren na verloop van tijd. En toen kwam het moment dat de achterruit ineens niet meer geheel dicht wilde. Een kleine week voor we weer moesten spelen. Van alles geprobeerd, maar zonder het gewenste resultaat. En als je dan bedenkt dat je in hartje Rotterdam moet spelen waar de gemiddelde kroegtijger zich de hand niet omdraait om van de gelegenheid gebruik te maken om zo’n mooie auto eens lekker van achter vol te pissen of te kotsen, dan zit er maar één ding op: snel een andere auto op de spreekwoordelijke kop tikken.
 
     Een handelaar, er hadden nu al de nodige alarmbellen moeten afgaan. Op weg er naar toe heeft de zon mij vermoedelijk in morsecode nog gewaarschuwd, maar ik kan geen morse lezen. Na zeven keer verkeerd gereden te zijn had ik het moeten opgeven en terug naar huis moeten gaan om iets anders te zoeken, maar de duivel in mij zei me dat ik door moest gaan en nu zit ik opgescheept met een Volkswagen Caddy. Wel heel praktisch, dat dan weer wel. Niet rock-n-roll, dat dan weer niet. En waar de vorige twee auto’s nog relatief langzaam onder mij wegvielen, gaat dat bij deze gewoon binnen een week. De centrale deurvergrendeling heeft het vorige week begeven. Op zich een luxe artikel zou je denken, maar niet als je achterdeur daar ook op meegaat en deze een ander slot blijkt te hebben waar je geen sleutel van hebt. Dus al een week met een open auto overal naar toe en dan ook nog naar Rotterdam. Gelukkig een stuk minder opzichtig dan een half openstaande ruit, maar toch. Ik verwachtte na het spelen op zijn minst een vozend stelletje of een zwerver met een kartonnen doos achterin aan te treffen. Ik denk dat het feit dat ik voor de deur kon parkeren en dus pontificaal voor de uitsmijter stond er mede toe geleidt zou kunnen hebben dat dit voorval zich enkel in mijn gedachten heeft afgespeeld. We kunnen voorzichtig dus spreken van een bepaalde doses geluk.
 
     En dan rijden we weer richting huis. Een te gekke avond gehad en veel nieuwe mensen leren kennen. De sfeer was helemaal goed en ik baal er een beetje van dat ik tijdens ‘My way’ de auto aan het inladen was. Als Marc mij de autosleutel teruggeeft en ik maak de auto open valt ineens de sleutel uit elkaar. Ik wist niet eens dat het kon. Met wat gepruts duw ik de twee delen weer samen en krijg ik zowaar de auto nog gestart ook. Marc stapt in en met een tevreden blik op ons vermoeide gezichtje laten we de nog wat onrustige menigte achter ons. De snelweg op, gas geven, voor je het weet zijn we weer thuis. Maar dan gebeurd het: we worden heftig door elkaar geschud en een enorm lawaai maakt elke vorm van communicatie abrupt onmogelijk. Ik kijk omhoog, maar zie geen vuurbollen, geen neerstortende vliegtuigen, geen ufo’s. Ook als ik in mijn spiegels kijk zie ik niets dat er op doet duiden dat er meer mensen last hebben van deze bijzondere gewaarwording. Voor de zekerheid stoppen we bij het eerste benzinestation dat we tegen komen en vragen daar of ze misschien iets vreemds hebben gezien of gehoord. Ze kijken ons vanachter het kogelvrije glas schaapachtig aan en schudden er langzaam een ‘nee’ uit. Buiten is het stil en pas als ik de auto weer start begint het gedonder weer. De nachtmerrie wordt de waarheid; mijn auto valt letterlijk onder mijn kont vandaan en ergens op de weg heeft een stuk uitlaat ons verlaten. Mijn Chevy was beduidend stiller en zelfs daarmee was het midden in de nacht naar huis rijden niet geheel zonder risico met betrekking tot agressieve omwonenden die vanuit het slaapkamerraam ten allen tijden bloempotten mijn kant op konden slingeren. Voor nu dus een nieuwe uitdaging. Ik hoop dat Remco een beetje opschiet met die bus met chauffeur die hij ons vanavond belooft heeft, dan koop ik wel gewoon een fiets. Marc doet zijn oordoppen in en onder het genot van een monotoon gebrul valt hij met een enigszins bijzondere, krampachtige glimlach in slaap terwijl ik ons zo onopvallend mogelijk tussen de rest van het verkeer manoeuvreer, bij het passeren van menig huis mij stilletjes verexcuseer en mijn stille slaapkamer met smart langzaam dichterbij zie komen.
P.s. Iemand interesse in een Volkswagen Caddy? Centrale deurvergrendeling, startonderbreker, voorlicht, achterlicht, richtingaanwijzers (vier lampjes!), stoelen, sportief geluid en zelfs achteruitrijdcensoren!!!
 

Commentaar??